zondag 9 oktober 2011

Kamer



’s Nachts slaapt Jack in de kast

Monica Soeting − 16/10/10, 00:00
En man houdt een meisje in een kamer gevangen en verwekt een kind bij haar. Dat gruwelverhaal kennen we uit de media. Het valt niet mee om van zoiets een overtuigende roman te maken. Maar Emma Donoghue slaagt daarin. Met glans.


’Ik was vier toen ik gisteravond ging slapen in Kast’, vertelt de kleine Jack. „Maar als ik wakker word in Bed in het donker ben ik veranderd in vijf, abracadabra.”
Jack woont met Mam, zijn moeder, in één kamer. Ze hebben het niet breed. Voor zijn verjaardag heeft Mam een tekening gemaakt, en een taart van opgespaarde chocolaatjes. Jack geniet. Hij mag de hele dag doen wat hij wil, zelfs langer televisie kijken dan anders. Maar als het negen uur is, moet Jack slapen, niet in het bed, maar in de klerenkast. Hij weet waarom: omdat Ouwe Nick dan komt, en Mam niet wil dat hij die ziet.
Wie dat is, ouwe Nick, is eerst niet helemaal duidelijk; waarom Jack en zijn moeder de hele dag binnen spelletjes doen ook niet. En wat heeft het te betekenen dat Jack alle voorwerpen in de kamer een naam geeft, en dat zijn moeder altijd midden in de nacht, voor het dakraampje, de lamp laat knipperen? Moet Jack niet naar school, en heeft Mam geen werk?
Zodra ouwe Nick op het toneel verschijnt, ga je vermoeden dat het leven in deze kamer helemaal niet zo leuk is als je aanvankelijk dacht. Nick schreeuwt tegen Mam, doet haar pijn en verdwijnt vervolgens door de deur die alleen hij kan openen.
Op dat moment besef je wat er aan de hand is. Dan is het alsof je een stomp in je maag krijgt. Want Nick blijkt het evenbeeld te zijn van de Amerikaan Phillip Garrido, die in 1999 een meisje kidnapte, haar in een tuinschuur gevangen hield en twee kinderen bij haar verwekte. Ook Jack en zijn moeder zitten in een schuur gevangen. Jack blijkt door Nick te zijn verwekt, nadat een eerste baby bij de geboorte is gestorven.
Om over zo’n gruwelijk onderwerp een roman te schrijven die niet in een melodrama verzandt, moet je van goede huize komen. Emma Donoghue (1969), wist dat gevaar te omzeilen door de gebeurtenissen vanuit Jacks perspectief te vertellen. Dat zorgt er niet alleen voor dat je onmiddellijk het verhaal wordt ingezogen, maar maakt ook de vrolijke toon aan het begin van het verhaal acceptabel. Jack is immers in de kamer geboren, en denkt dat er niets anders bestaat dan Mam, ouwe Jack, Kamer, Bed, Kast en Lamp. In de kamer komt hij dankzij zijn slimme moeder, die hem heeft leren lezen en schrijven en voortdurend leuke spelletjes bedenkt, niets tekort.
Dat je alles door Jacks ogen ziet, maakt ook dat je zijn angsten moet doorstaan. Als Mam hem kort na zijn verjaardag vertelt dat de wereld ontelbare malen groter is dan de kamer, vindt hij dat een onaangenaam idee. Als zij een plan bedenkt om te ontsnappen, wordt hij bang. En wij met hem.
Maar kleine, dappere Jack doet wat zijn moeder hem opdraagt en Mams plan lukt. In een bloedstollende scène redt een slimme politieagente Jack en zijn moeder. Ze worden naar een ziekenhuis gebracht om bij te komen en – in Jacks geval – aan een nieuwe wereld te wennen.
Eind goed, al goed? Dat zou ’Kamer’ ongeloofwaardig maken en minder spannend. Net als je denkt van alle opwinding bij te kunnen komen, neemt Donoghue je weer stevig in de houdgreep. Wat voor Jacks moeder veiligheid betekent, is voor Jack een en al bedreiging en onzekerheid. Alles is nieuw voor hem: de mensen, de huizen, de auto’s – hij herkent ze van de televisie, maar heeft geen idee hoe hij ermee om moet gaan. De wereld zelf weet trouwens ook niet hoe ze met Jack moet omgaan. Als een welwillende oom en tante hem een dagje meenemen, raken die volledig van de kook als hij nieuwsgierig de intieme delen van hun kleine dochtertje aanraakt.
Dat ’Kamer’ – door Manon Smits mooi en zorgvuldig vertaald – goed afloopt, is weer aan Jacks moeder te danken. Met hulp van een arts vindt ze een appartement in een complex voor ’begeleid wonen’. Met Jack spreekt ze af dat ze elke dag alles één keer proberen, en samen maken ze een lijst van dingen die ze ’misschien proberen als we dapperder zijn’.

*In 1 adem uitgelezen, met tranen in mijn ogen*

Geen opmerkingen:

Een reactie posten